Groningers en Drenten: het gaat de verkeerde kant op met Nederland

De meeste inwoners van Groningen en Drenthe vinden dat het de verkeerde kant op gaat met Nederland en hebben weinig vertrouwen in het kabinet-Jetten. Driekwart voelt zich niet gezien door Den Haag.

Dat blijkt uit een Prinsjesdag-enquête onder inwoners van Noord-Nederland door Enigma Research in opdracht van DVHN. In totaal vulden 668 personen van 30 jaar en ouder vorige week de vragenlijst in.

Slechts 4 procent van de Groningers en Drenten is positief over de politieke situatie in Nederland. Een kwart is neutraal. Maar de ruime meerderheid, 70 procent, vindt dat het de verkeerde kant op gaat. Rechtse stemmers zijn daarbij het meest uitgesproken negatief.

De onvrede richt zich vooral op de stijgende kosten van levensonderhoud, immigratie en een politiek die te weinig problemen op zou lossen. Het minderheidskabinet heeft volgens een meerderheid te weinig slagkracht.

’Kabinet valt voortijdig’ 
Driekwart verwacht dan ook dat het kabinet-Jetten voortijdig gaat vallen. Een derde, vooral ter rechterzijde, vindt dat er zo snel mogelijk verkiezingen moeten komen. Veel van deze stemmers op rechtse partijen vinden dat het minderheidskabinet zich te veel laat beïnvloeden door linkse oppositiepartijen. Linkse stemmers vinden juist dat het kabinet zich te veel door de rechtse oppositie laat sturen.

Tweederde (65 procent) zegt op dit moment geen vertrouwen te hebben in de landelijke politiek. Dat beeld verschilt niet veel van andere jaren. Diezelfde groep verwacht ook niet dat het kabinet-Jetten Nederland de komende jaren vooruit gaat helpen.

’Weinig oog voor belang Noord-Nederland’ 
Driekwart van de Groningers en Drenten voelt zich niet gezien door Den Haag. Een nog grotere groep, 81 procent, vindt dat er te weinig oog is voor de belangen van Noord-Nederland. Het negatieve sentiment heerst breed, zowel bij links, midden als rechts.

De belangrijkste kritiek betreft de trage afhandeling van de aardbevingsschade en het gevoel dat investeringen in infrastructuur en voorzieningen vooral naar de Randstad gaan. Er is dan ook weinig begrip voor het voornemen het onderhoud aan de noordelijke rijkswegen voorlopig uit te stellen. Zes op de tien vinden dat het kabinet alsnog afspraken moet maken over de Lelylijn.

Daarnaast ervaren veel inwoners dat Noord-Nederland vooral belangrijk wordt gevonden als energie- en grondstoffenregio, terwijl de belangen van de regio zelf onvoldoende serieus worden genomen.

Uit de uitgelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat het kabinet concessies heeft gedaan aan de oppositie. Daarin kunnen veel inwoners van het Noorden zich goed vinden. Zo is 59 procent het ermee eens dat de snellere stijging van de AOW-leeftijd voorlopig van tafel is en dat de verkorting van de WW is uitgesteld.

Meeste zorgen over toegankelijkheid zorg 
De coalitie heeft de regeling voor belasting op vermogen (box 3) voor zich uit geschoven. Een meerderheid van 56 procent vindt dat mensen met veel vermogen meer belasting moeten betalen, om daarmee de belasting op werken te verlagen.

Er is niet heel veel steun voor de huidige regeling, waarbij mensen met een tweede woning en beleggers ook belasting moeten betalen over winst die nog niet is verzilverd omdat het geld vastzit in een woning of in aandelen. Slechts 42 procent steunt die regeling. Vooral veel rechtse stemmers willen dat die van tafel gaat.

Rechtse en linkse noorderlingen zijn het over één onderwerp vaak eens: de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg zijn in het geding. Daar moet het kabinet meer aan doen, vindt 63 procent. Bij rechtse stemmers zijn er verder veel zorgen over immigratie en veiligheid en over de hoge brandstofprijzen. Linkse stemmers maken zich meer zorgen over de klimaatverandering.

Bron: DVHN.nl
Gepubliceerd: 14-09-2026

ctrl+alt+a