Groningers en Drenten bereid privacy op te offeren voor bestrijding coronavirus

14 april 2020
Om het coronavirus te bestrijden mag de privacy van burgers aan de kant worden geschoven, vindt een meerderheid van de inwoners van Noord-Nederland.

De overheid mag best inzien waar ik ben geweest en met wie ik contact heb gehad om het virus aan te kunnen pakken, vinden drie op de tien Groningers, Drenten en Friezen. Bijna een kwart van de noorderlingen voelt dit nog sterker en is het hier zelfs ‘helemaal mee eens’. Daarmee is de groep voorstanders flink groter dan het aandeel inwoners die hun privacy helemaal niet op willen geven (30 procent) voor de aanpak van het virus.

Jongeren negatief over afstaan van privacy
De rest van de ondervraagden staat hier neutraal (15 procent) tegenover of weet het niet (3 procent). Vooral jongeren staan negatief tegenover het afstaan van privacy ten behoeve van de aanpak. De vraag is zeer actueel nu de overheid vergevorderde plannen heeft om een app op de telefoon in te voeren waarmee personen die contact hebben gehad met iemand die besmet is gewaarschuwd worden.

Het is een van de resultaten van het onderzoek dat Enigma Research heeft uitgevoerd in opdracht van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Tussen 6 en 8 april kregen 2815 inwoners van Groningen, Drenthe en Friesland van 18 jaar en ouder tientallen vragen voorgelegd over de aanpak en de eigen beleving van de coronacrisis. De steekproef is representatief. De uitkomsten wijken maximaal 1,8 procent af van de werkelijke situatie.

Context bepaalt alles
Twee jaar geleden, toen de Wet op de inlichten- en veiligheidsdiensten (Wiv, ook wel sleepwet) werd ingevoerd waren noorderlingen gemiddeld veel kritischer over de gevolgen voor de eigen privacy dan de rest van het land. ,,We weten nu niet hoe er in andere delen van het land tegen het inleveren van privacy voor de bestrijding van corona aangekeken wordt”, zegt Caspar van den Berg, hoogleraar Global and Local Governance op de Campus Fryslân van de Rijkuniversiteit Groningen.

,,Dit maakt wel duidelijk dat ons standpunt over privacy heel erg afhankelijk is van de context. Met de Wiv was het een vaag inlichtingendoel en nu is het doel veel duidelijker: de eigen gezondheid en die van onze naasten. Privacy is ook dán nog een belangrijk goed, maar mensen zijn eerder bereid om de inbreuk op een deel van hun privacy toe te staan ten gunste van de gezondheid van zichzelf en anderen.”

Vrouwen zijn bezorgder dan mannen
Het virus baart een heel groot deel (96 procent) van de noorderlingen (enigszins tot veel) zorgen. Vrouwen zijn iets bezorgder dan mannen en Drenten zijn nog wat benauwder voor het virus dan inwoners van Groningen en Friesland. Driekwart van de ondervraagden is (enigszins) huiverig om zelf besmet te raken. Hoe ouder, hoe meer angst voor het virus. Het hebben van overgewicht is voor een op de vijf (19 procent) een reden om bang te zijn het virus te krijgen en voor 13 procent speelt een hoge bloeddruk mee. Ondanks de angst voor besmetting gaat 97 procent van de noorderlingen nog wel de deur uit. Het vaakst is dat voor boodschappen (84 procent) of om een stukje te lopen of te fietsen (72 procent). Van diegenen die zeer bang zijn om besmet te raken met het virus blijft 14 procent binnen.

De grootste ergernissen
Zes op de tien noorderlingen stoort zich aan grote groepen die ondanks de maatregelen toch samenkomen. Op plek twee van ergernissen staan mensen die hamsteren (54 procent). Andere belangrijke irritaties zijn het niet genoeg afstand houden tot elkaar (48 procent) en onvoldoende afstand houden tot de ondervraagde zelf (43 procent). Hoesters die niet thuis blijven zijn een ergernis voor een op de vijf noorderlingen en 16 procent stoort zich aan mensen die niet in hun elleboog hoesten. Tien procent stoort zich nergens aan.

Noorderlingen geven zichzelf gemiddeld een hoger cijfer (8,7) voor de mate waaraan ze zich aan social distancing houden dan aan anderen (7,5). ,,Dit geeft vooral aan dat mensen de maatregelen bijzonder serieus nemen, ookal zijn ze nog maar relatief kort van kracht”, zegt hoogleraar Van den Berg. Zes op de tien hebben sinds de maatregelen van gelden geen bezoek meer ontvangen. De rest heeft dit wel gedaan, maar dan wel minder dan drie personen. Een fractie (2 procent) geeft toe dat ze in overtreding is geweest omdat er meer dan drie personen over de vloer zijn geweest.

Bereid een ic-bed af te staan
Over de bedden op de intensive care (ic) is de afgelopen maand een boel te doen geweest. Zijn er wel genoeg? Inmiddels lijkt de druk op de ic’s wat af te nemen. Maar toch, als het nodig is, is er dan wel plek voor mij? Vier op de tien ondervraagden geeft aan (enigszins tot zeer) bang te zijn dat er voor hem of haar straks geen ic-bed beschikbaar is. Een groter deel (54 procent) vreest dit scenario niet. Ook op dit punt zijn de Drenten iets bevreesder dan de Groningers en de Friezen. Mocht er een tekort aan ic-bedden komen, dan vindt twee derde (67 procent) het ethisch verantwoord dat artsen keuzes gaan maken op basis van een door hen ingeschatte overlevingskans. Het niet meer opnemen op de ic van 70-plussers kan met 14 procent maar op weinig steun rekenen.

Bij een tekort aan bedden is 16 procent bereid zijn of haar plek op de intensive care af te staan aan iemand anders met een langere levensverwachting. Bijna de helft (46 procent) ziet dit niet zitten. Dat niet meer dan 60 procent van de noorderlingen aangeeft te verwachten dat Nederland in een recessie verwacht, noemt Van den Berg opmerkelijk. ,,Want daar zitten we al middenin.”

De grootste les uit de coronacrisis
Als er één les uit de coronacrisis moet worden getrokken, dan is het dat Nederland minder afhankelijk moet worden van andere landen. Dit vindt 65 procent van de noorderlingen. De helft van alle ondervraagden vindt dat ons land meer respect moet hebben voor de natuur en 46 procent is van mening dat we met zijn allen minder moeten gaan reizen. Bijna de helft (45 procent) van alle ondervraagden vindt dat de huidige situatie uitwijst dat we meer thuis moeten blijven werken, zodat files en de uitstoot van koolstofdioxide sterk verminderen. Hoogopgeleiden (51 procent), die vaker een kantoorbaan hebben, zijn het hier vaker mee eens dan laagopgeleiden (38 procent). Vier op de tien inwoners van Noord-Nederland is van mening dat duidelijk is geworden dan er in Nederland standaard meer bedden op de intensive care beschikbaar moeten komen.

Bron: DVHN.nl
Gepubliceerd: 10-04-2020

Andere onderzoeksresultaten

Bent u regionaal betrokken en wilt u dat uw mening meetelt?

Word dan panellid van het RegioNoordPanel.

Geef uw mening over (nieuwe) producten van NDC mediagroep.

Als dank voor uw medewerking maakt u elk kwartaal kans op leuke prijzen!

Horen de redacties van LC, DVHN en FD ook uw stem?

Via het RegioNoordPanel geven noorderlingen hun mening over uiteenlopende onderwerpen.