WMO voor gemeenten na twee jaar nog zoektocht

9 oktober 2017
De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) gaat zestien Friese gemeenten nog niet glad af, constateren de lokale rekenkamers. Ze deden een half jaar lang gezamenlijk onderzoek naar de beleidsvorming en de praktische uitvoering van de steun aan zieken en hulpbehoevenden, die sinds 1 januari 2015 een gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn.

Het gros van de gemeenten concentreert zich meer op de financiën dan op de kwaliteit, luidt het algemene oordeel. Bijna alle onderzochte gemeenten houden de uitgaven in de hand. Ze zijn hebben er volgens de rekenkamers bovendien voor gezorgd dat er bij de overgang van Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ, een rijksaangelegenheid) naar de WMO geen grote hiaten zijn ontstaan. De onderzoekers leiden dit af uit ,,het beperkte aantal klachten en bezwaren’’ en het oordeel van cliëntenraden.

Aan de doelen van de WMO – meer zelfredzaamheid en meer mantelzorg – zijn de meeste gemeenten nog amper toegekomen. Vorderingen zijn ook moeilijk te meten. Alleen Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben een nulmeting gedaan. Deze gemeenten en Leeuwarden hebben als enige drie gemeenten opgeschreven hoe ze de kwaliteit willen toetsen. Door de gehaaste invoering van de wet leunen de gemeenten in hun WMO-praktijk nog sterk op wat onder de AWBZ gebruikelijk was. Hierdoor zijn de lokale behoeften nog niet leidend.

De rekenkamers zijn kritisch over het tekort schieten van onafhankelijk toezicht. Dit is wettelijk verplicht, maar sommige gemeenten hebben pas sinds kort een toezichthouder. Soms is dit een beleidsambtenaar, wat de rekenkamers onwenselijk vinden. Gemeenteraden en de cliëntenraden moeten op een transparant en onafhankelijk toezicht aandringen, luidt een aanbeveling. De meeste gemeenten zijn terughoudend met toekenning van een persoonsgebonden budget, aldus de rekenkamers. Fraudegevoeligheid van PGB’s zou hier de reden van kunnen zijn. Maar voor de met de WMO beoogde zelfredzaamheid en keuzevrijheid is zo’n budget wel bedoeld.

De rekenkamers besteedden hun onderzoek uit aan het Amersfoortse bureau Lysias. Dit stuitte op een gebrekkig inzicht van de gemeenten in de ervaringen en oordelen van WMO-gebruikers. Acht gemeenten volstaan met een lijstje wettelijk verplichte standaardvragen, waarop weinigzeggende antwoorden komen. Tegelijk met de maatschappelijke ondersteuning kregen de gemeenten in 2015 ook de jeugdzorg en de arbeidsparticipatie van bijstandsontvangers als verantwoordelijkheid.

Bij alle drie decentralisaties werd verondersteld dat professionele (commerciële) zorgaanbieders meer ruimte zouden moeten krijgen. In de praktijk moet dat nog, aldus de rekenkamers. Uitvoeringsteams missen soms deskundigheid. Of zorgverleners het afgesproken werk leveren, wordt veelal beoordeeld aan de hand van urendeclaraties. Gemeenten zien wel in dat sturing aan de hand van resultaat en effect betere zorg zou geven, maar ze vinden dat in de praktijk te ingewikkeld.

De Rapporten over de zestien afzonderlijke gemeenten en de reacties van de gemeentebesturen worden deze week openbaar gemaakt. Een provinciedekkend onderzoek zat er niet in. Acht vastewalgemeenten ten noorden van de lijn Harlingen- Buitenpost wilden niet meedoen.

Bron: Leeuwarder Courant
Gepubliceerd: 26-09-2017

Recente nieuwsberichten

Bent u regionaal betrokken en wilt u dat uw mening meetelt?

Word dan panellid van het RegioNoordPanel.

Geef uw mening over (nieuwe) producten van NDC mediagroep.

Als dank voor uw medewerking maakt u elk kwartaal kans op leuke prijzen!

Horen de redacties van LC, DVHN en FD ook uw stem?

Via het RegioNoordPanel geven noorderlingen hun mening over uiteenlopende onderwerpen.